Onze trainer Karin Kuhlmann & Aandacht voor dementie

Meneer Verbruggen reageert altijd boos op Anneke

Voor Anneke is het haast onmogelijk meneer Verbruggen te verzorgen, omdat hij altijd boos op haar reageert. Wat is de reden dat hij zo boos wordt? Het is voor haar erg vervelend dat ze hem niet de aandacht kan geven die ze wil. Ook voor meneer is het belastend. We kijken samen hoe ze het soepeler kan laten verlopen.

“Naar wie wil jij met mij gaan?” is mijn eerste vraag aan Anneke, de verzorgende die ik begeleid in haar werk met mensen met dementie. Daar moet ze even over nadenken, omdat ze niet echt problemen in haar werk ervaart. Maar er is wel één meneer, meneer Verbruggen, voor wie zij als enige niet kan zorgen. Hij gaat steevast in de weerstand. “Maar eigenlijk wil ik niet met jou naar hem toe, want ik weet toch al dat het niet gaat lukken” verzucht Anneke. Meneer Verbruggen reageert namelijk altijd boos op Anneke. Hij snauwt  ‘ga weg’ en werkt niet mee aan de dingen die moeten gebeuren.

Is er een standaard manier om goed om te gaan met weigerende bewoners met dementie? Nee, die is er niet. Het enige dat we kunnen, is deze situatie van alle kanten eens goed bekijken. Proberen te zien wat er aan de hand is. Hoe gaat Anneke normaal gesproken om met meneer Verbruggen?

Waarom en voor wie?
Anneke spant zich echt in om lief te zijn voor meneer Verbruggen. Ze gaat aan de rand van zijn bed zitten en vraagt of hij lekker heeft geslapen. Maar het gaat al meteen mis: hij wil niet dat ze daar zit. Mijn vraag aan Anneke is waarom en voor wie ze op de rand van het bed gaat zitten. Doet ze dat omdat ze denkt dat dat zo hoort, of omdat ze denkt dat meneer daar behoefte aan heeft? Of omdat ze het zelf zo leuk vindt? Maar ze vindt het helemaal niet leuk, ze voelt zich er zelfs ongemakkelijk bij.

Hij doet zo uit de hoogte
Wat roept meneer Verbruggen op bij Anneke? “Als ik heel eerlijk ben, vind ik het een verschrikkelijke man. Hij doet zo uit de hoogte.” Hij geeft Anneke het gevoel dat ze klein is en minderwaardig, iets dat haar wel vaker overkomt. Meneer praat ook geaffecteerd. Daar kan hij uiteraard niets aan doen. Anneke doet erg haar best bij meneer Verbruggen. Ze komt extra dichtbij om gewaardeerd te worden, maar zij krijgt het tegenovergestelde.

Een stapje terug
Nu we dit weten, bespreken we een manier om meneer Verbruggen op een andere manier tegemoet te treden. Zodat meneer geen weerstand voelt en het ook voor Anneke prettiger wordt. We besluiten om letterlijk meer afstand te houden. En we benaderen meneer op een neutraal-vriendelijke manier. Korte, rustige zinnen en dan eens kijken hoe de reactie is. Ik blijf dicht in de buurt om te horen wat Anneke precies zegt, maar wel zorgvuldig uit het zicht van meneer om hem niet te storen.

Twee duimen omhoog
Dit keer gaat Anneke niet op de rand van het bed zitten. Ze blijft op anderhalve meter afstand staan en zegt alleen rustig “goedemorgen”. Meneer kijkt op. “Zou ik u even mogen helpen” vervolgt Anneke. Meneer slaat zijn lakens opzij en gaat zitten. Anneke wenkt met haar hand: “Komt u maar, ik ga u helpen”. Zij loopt alvast naar de douche en trekt daar het toilet door zodat het geluid meneer de juiste kant op lokt. Hij komt, en alles gaat verder vanzelf. Behalve dan dat Anneke zich nog even met een brede lach naar mij draait en haar duimen omhoog steekt.